Beeldhouwer die keramische technieken gebruikt

Bijna veertig jaar lang werkt de beeldhouwster Andréa Dogterom met klei. Het verbindt haar met de natuur van het Zuid Hollandse polderland. Tegelijkertijd is het haar ingang tot de cultuur. De binding is sterk: Ik werd getroffen door de duimafdrukken in een grote aardewerk pot van 350 jaar voor Christus. Net of je even contact kon leggen door je duimen in de afdruk te houden.”
Klei ontsloot de mogelijkheden die de kunstenaar zichzelf liet vinden:“Bij beeldhouwen is het ritme van de opbouw heel bepalend. Het beeld geeft mijn handschrift weer, het is mijn handtekening in klei.” In ritmische stroken en kleuren, opgebouwd als stapelingen, torens, bouwsels en steunberen brengt Dogterom een ode aan de vrouw.
 
De vrouwen zijn trefzeker gemodelleerd. Met hun voeten stevig op de grond stralen ze een bijzondere kracht uit. Hier spreekt niet de kracht van spieren, maar de vrouwelijke macht van onverzettelijkheid. Dat betekent dat de figuren naast kracht, ook warmte en geborgenheid uitstralen. Zelf zegt Dogterom: “Mijn vrouwen zitten lekker in hun vel. Ze zijn zichzelf en hebben iets te vertellen. Huisvrouwen zijn vaak als spil van het gezin de onmisbare schakel en geven generatie na generatie hun kracht door.”
De Bouwvrouwen, Streepvrouwen, Boodschappen en Huis vrouwen dringen zich niet op, maar manifesteren zich in hun bescheiden onvermijdelijkheid. Dit zijn de machtige vrouwen die leven brengen én die we iedere dag in de supermarkt tegenkomen. Zorgende vrouwen, betrouwbare havens. n ogenschijnlijk simpele beelden vertelt Dogterom het universele verhaal van de vrouw. In klei gebakken komt ze los van de anekdote, en voegt zich in de eeuwige kringloop van het leven. Het is de heroïek van het kleine, een monument voor het vanzelfsprekende. Het zijn vrouwen waarvan je wel moet houden.  

Ze is geboren en getogen in Stolwijk en woont nog steeds op een plekje dat al generaties ‘in de familie is’: Andrea Dogterom, beeldend kunstenaar. Geboren in 1949, net na de tweede wereldoorlog, groeide zij op in een gezin waarvan de ouders hun kinderen een zo breed mogelijke opvoeding wilden geven. “Wij kregen van huis uit veel mee. Als kind kwam ik bijvoorbeeld al in musea, beslist niet alledaags voor die tijd”, vertelt ze.

Al jong wist Andrea dat zij “de kunst in wilde gaan”. Op 14-jarige leeftijd kreeg zij haar eerste boetseerlessen van dorpsgenote Ineke van Dijk. “Ik noem haar wel eens mijn kunstmoeder”, zegt ze lachend. Na een aantal jaren HBS (“dat ging niet zo goed omdat ik dyslectisch was, iets waar toen nog weinig aandacht aan werd besteed) stapte Andrea over naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam (de huidige Willem de Kooning Academie). Pierre Janssen was daar toen nog directeur. “In Rotterdam kreeg ik les van ‘oude’ beeldhouwers. Van hen heb ik nog het echte vakmanschap geleerd en daar ben ik nog steeds blij mee”, aldus Adrea die aansluitend aan haar afstuderen in Rotterdam in 1972 de lerarenopleiding M.O. - A handvaardigheid aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam volgde.

Haar eerste bekendheid kreeg Andrea met haar ‘Drijfwijven’, vrouwenfiguren als drijfplastieken. Deze figuren kwamen voort uit een opdracht die zij op de Rotterdamse Academie kreeg om een drijfplastiek te ontwerpen. Na een aantal experimenten bleek polyester daarvoor het meest geschikte materiaal. Het succes van de ontwerpen was groot:

Andrea won er in de jaren ’70 enkele prijzen mee. Na verloop van tijd bleek zij echter allergisch te zijn voor stoffen die in polyester voorkomen. “Wie had toen ooit van ARBO gehoord. Als kunstenaar ging je om met de meest agressieve materialen, maar daar werd geen aandacht aan besteed”, herinnert ze zich. “Toen die allergie zich openbaarde dacht ik: als ik oud wil worden, moet ik niet meer met die ongezonde stoffen werken. Ik zocht dus ander materiaal en koos voor klei om verschillende redenen. Ten eerste vond ik het belangrijk in eigen beheer te werken. Bij het werken met klei heb je geen tussenpersonen nodig: van het basismateriaal tot het eindproduct heb je alles in eigen hand. Alles wat ik maak is uniek. Er bestaat van ieder ontwerp maar één exemplaar, niets wordt in serie gemaakt. Daarbij komt dat ik ooit werd geraakt door de duimafdrukken van de maker van een grote aardewerken pot uit 350 voor Christus: het was alsof je even contact kon maken door je duimen in de afdruk te leggen. Mijn beelden geven mijn ‘handschrift’ weer, mijn handtekening in klei! Ik noem mezelf geen keramist, maar een beeldhouwer die keramische technieken gebruikt.”  

 

Thema: vrouw

Behalve als beeldend kunstenaar met vanaf 1973 tal van exposities door heel Nederland, heeft Andrea jarenlang in het onderwijs gewerkt. Van 1972 tot 2003 was zij docent beeldhouwen en boetseren en stafdocent aan ‘De Werkschuit’ in Gouda en van 1977 tot 1986 heeft zij als docent handvaardigheid en tekenen op diverse scholen in het voortgezet onderwijs les gegeven. Daarnaast is zij nog steeds actief in bestuurlijke functies: als lid van het bestuur bij de Kunstuitleen in Gouda, als lid van de kunstadviescommissie bij de gemeente Nederlek en als voorzitter van de ‘Vrienden van de Werkschuit’. In haar kunstwerken blijven vrouwen een grote rol spelen. “Dat heeft alles te maken met het vrouw zijn, het leven doorgeven”, aldus Andrea. “Mijn ‘Bootvrouwen’ zijn ontstaan uit mijn allereerste jeugdherinnering aan de watersnoodramp in 1953: een binnenvaartschip dat in een gat in de dijk bij Ouderkerk a/d IJssel werd gevaren en zo voorkwam dat de Krimpenerwaard en daarmee Stolwijk onderliep. Een handgemaakt ding dat de natuur tegenhield! Vanuit die herinnering ben ik mijn ‘Bootvrouwen’ gaan maken. Een boot zie ik als een symbool: iedere vrouw moet die boot met zich meedragen als een reddingboot in moeilijke tijden. Mijn ‘Bootvrouwen’ zijn sterke vrouwen die weten waarvoor ze staan. Ze stralen zelfbewustheid uit. Ik vind het belangrijk om te laten zien dat mijn vrouwen lekker in hun vel zitten. Zij zijn zichzelf en hebben iets te vertellen. Bootvrouwen varen hun eigen koers, zitten soms in hetzelfde schuitje, koersen overal op af en doorstaan de stromen van het leven.”

Bron: www.haastrechtsekring.nl

Hieronder kunt u een video bekijken van een expositie van Andrea in het Evertshuis in Bodegraven.